Een grotere tegenstelling is nauwelijks denkbaar tussen de twee evangelielezingen die wij zojuist hebben gehoord: het Evangelie van de Intocht en het Passieverhaal.

In het evangelie van de intocht is sprake van grote vreugde, van een hosanna-stemming: Jezus nadert Jeruzalem, en met jubelzang en palmgezwaai wordt Hij verwelkomt in de voorstadjes Bétfage en Bétanië. En in het Passieverhaal – wat zich slechts enkele dagen later afspeelt – wordt Jezus Jeruzalem weer úitgejaagd, beladen met een kruis, om te worden doodgemarteld…

Jezus’ intocht in Jeruzalem is – naar menselijke maatstaven – niet bepaald een koninklijke intocht: Hij zit op een nooit bereden veulen: een ófferdier, het lastdier van de armen. Ook blijkt Jezus géén politieke vrijheidsstrijder te zijn: Hij neemt de Tempel niet in bezit, geen verovering van Jeruzalem, en Hij jaagt er de Romeinse bezettingstroepen niet weg. Geen succesverhaal, zo lijkt het. Veelbetekenend zijn in dit verband de namen van de dorpen, die voorstadjes, waar Jezus welkom is en jubelend wordt binnengehaald. Bétfage, wat betekent: ‘huis van onrijpe vijgen’ en Bétanië: ‘huis van ellende’…! Met andere woorden: Jezus is welkom en vóelt zich welkom bij de armen en verschoppelingen.

Een feestelijke intocht naar Jeruzalem dus als opmaat tot Jezus’ lijden en sterven. Dit is wat wij vandaag gedenken, op Palmzondag, het startpunt van de Goede Week. Elk jaar beleven wij dit opnieuw, en de vraag dringt zich op: Wat dóet het ons, jaar in jaar uit?

Die vraag speelt zelfs vaker dan wij denken. Misschien zónder dat wij het ons realiseren, figureren wij élke zondag opnieuw in het verhaal van de intocht als wij aan het begin van het eucharistisch gebed het ‘Heilig, heilig’ zingen: ‘Gezegend Hij die komt in de naam des Heren. Hosanna in den hoge.’ Met het zingen van die woorden scharen wij ons bij hen die Jezus welkom heten. Niet lijfelijk zoals toen, maar spiritueel, omdat Christus onder ons aanwezig komt in het sacrament, onder de tekenen van brood en wijn.

Ook wij zijn dus ‘Hosanna-roepers’, elke week opnieuw. Maar als wij Christus welkom heten, dan dienen wij evenzeer de armen en verschoppelingen in ónze tijd welkom te heten, bij hen bij wie Jezus zich het meest thuis voelde. En bedenk goed dat ook wijzelf – als het erop aankomt – ook maar eenvoudige en kwetsbare mensen zijn…

Kwetsbaren welkom heten. Hoe actueel kan het zijn, kijkende naar de Oekraïners die vluchten voor de gruwelijke oorlog in hun land! Hulp bieden aan hen is concreet handen en voeten geven aan wat we zo mooi noemen ‘Christus navolgen’.

‘Hosanna’ roepen schept verplichtingen. Het maakt ons opmerkzaam op de keuzes waarvoor wíj staan. Hém navolgen is Hem volgen op de weg van de onbaatzuchtige liefde. En die weg gaat niét over rozen. Dat blijkt telkens opnieuw. Die weg is ónvermijdelijk getekend door lijden. Jezus mag dan koning heten, maar dan wel één die met dóórnen wordt gekroond in plaats van met zilver en goud. De luister van zíjn Koninkrijk zal zich pas openbaren ná de martelgang naar Golgotha…

In de vroegte van Paasmorgen zal God Jezus doen opstaan uit de dood, voorafbeelding van wat ook óns – gelovigen in zijn naam – te wachten staat na alle lijden en verdriet en dood… Vanuit dát perspectief gezien is de komende week een waarlijk Góede Week. Dit wens ik u van harte toe!

Pastor Frank van Roermund o.praem.

Lezingen: Lucas 19,28-40; Jesaja 50,4-7; Lucas 23,1-49