Dat was een hele zit, een wat ongebruikelijk lánge evangeliepassage. Maar wel een móói evangelie, én heel leerzaam! In het begin ontspint zich op het eerste gezicht een nogal curieuze dialoog tussen Jezus en die Samaritaanse vrouw: ze lijken volkómen langs elkaar heen te praten. Pas tegen het einde verstaan ze elkaar.

Een curieuze dialoog in meer dan één opzicht. Zoals ik net al zei communiceren Jezus en de Samaritaanse aanvankelijk op twee totaal verschillende golflengtes. Maar het feit alléén al dát Jezus met haar praat is zeer opmerkelijk. De Samaritanen onderhielden namelijk – zoals er staat – geen betrekkingen met de Joden. Sterker nog: Samaritanen golden voor Joden als door de duivel bezeten, Joden en Samaritanen stonden ronduit vijandig tegenover elkaar! Daar komt nog bij – hou je vast – dat Samaritaanse vróuwen van nature als onrein werden betiteld. En bij déze vrouw was het allemaal nóg een tandje erger gezien haar immorele staat: vijf mannen had ze al gehad en haar huidige partner ís niet eens haar man… Ronduit bizar dus dat Jezus – een rechtgeaard Jood – met deze vrouw in gesprek gaat.

Zowel Jezus als de vrouw spreken over water. De vrouw spreekt over drinkwater, en Jezus in eerste instantie óók: ‘Geef mij te drinken’ vraagt Hij. Maar even later spreekt Hij figúúrlijk over water, over lévend water, water in de zin van Gods woord dat onze dorst naar gerechtigheid en vrede, naar geborgenheid en liefde voor eens en voor altijd zal lessen. Het gesprek lijkt door een hardnekkige communicatiestoornis dood te lopen. Maar dan vraagt Jezus naar haar man en laat – na haar korte maar eerlijke antwoord – blijken dat Hij haar volledig doorziet, wat bij de vrouw de ogen opent dat ze met een groot profeet van doen heeft. Jezus vraagt naar aanleiding van haar opmerking over aanbidding aandacht, niét voor de juiste plááts – Jeruzalem –  maar voor de juiste maniér waarop men God moet aanbidden: in geest en waarheid. Héél opmerkelijk dat Jezus als Jood de positie van Jeruzalem hier relativeert! Dit alles hanteert Jezus nu als opstapje om het gesprek gaandeweg zódanig te verdiepen zodat zij Hem uiteindelijk als de langverwachte Messias herkent.

Welnu, de manier waarop Jezus een respectvolle houding aanneemt bij het gesprek met de Samaritaanse vrouw, met zijn leerlingen en even later met de andere Samaritanen, mag als blauwdruk gelden voor de manier waarop wij in gesprek dienen te gaan met elkaar, met vreemdelingen, met mensen van andere culturen en andere geloven. En dan bedoel ik dit: respect tonen voor ieders eigenheid, je niet laten bepalen door vastgeroeste vooroordelen ten aanzien van die ander, maar de ander serieus nemen en oprechte interesse tonen. Dát opent wegen naar wederzijdse openheid, naar een wederzijds verstaan. En dit geldt zowel op persoonlijk vlak áls op het niveau van volk tot volk. Een duurzamer fundament voor onderlinge vrede is niet denkbaar. Dit zouden wij ons goed moeten realiseren gezien de véle oorlogen die onze wereld teisteren. Want dorsten wij niet allemaal naar vrede?

Voor ik ga eindigen nog even terug naar de openingsvraag van Jezus in zijn gesprek met de Samaritaanse: ‘Geef Mij te drinken’. Als wij het evangelie niet alleen zien als een historisch verhaal, maar ook een verhaal dat óns aanspreekt, nu vandaag de dag, dan stelt Jezus ook óns die vraag: ‘Geef Mij te drinken’. Wat zou hierop óns antwoord kunnen zijn? Misschien dit: hebben wij niet allen dóór levengevend water het sacrament van het doopsel ontvangen, en mét het doopsel de opdracht om Jezus te helpen bij het uitdragen van zijn Blijde Boodschap en Hem te volgen in het doen van goede daden? Welnu, misschien mogen we Jezus’ dorst helpen lessen naar een liefdevolle, vredige wereld door elkaar met respect te behandelen, en door ons concreet in te zetten voor mensen die onze nabijheid en bijstand nodig hebben. Want heeft Jezus niet gezegd dat wat wij voor elkáár aan goeds doen, we aan Hém doen?

Laten we dan proberen die opdracht serieus te nemen, vooral nu in de veertigdagentijd, als voorbereiding op het grootste feest dat we als christenen hebben: Christus’ overwinning op de dood met Pasen!

Amen.

Door: pastor Frank van Roermund o.praem.

Lezingen: Exodus 17,3-7; Johannes 4,5-42