6e Zondag van Pasen, jaar C.   Het Paasfeest is zó groots, dat we er maar liefst vijftig dagen voor uittrekken om het te vieren, tot aan Pinksteren toe, het sluitstuk. In deze lange periode wordt op elke zondag een eigen accent gelegd. Vandaag, op de 6e zondag van Pasen, gaat het over de toekomst van de jonge kerk, de geloofsgemeenschap rondom de verrezen Heer. Centraal staat Jezus’ belofte van de heilige Geest, de Geest die de gelovigen zal bijstaan nadat Jezus lijfelijk zal zijn heengegaan. Hemelvaart markeert de overgang naar Jezus’ blijvende aanwezigheid, een aanwezigheid in de Geest. Deze zondag en Hemelvaart vormen daarmee samen de opmaat tot het slotakkoord op Pinksteren.

Met het oog op de toekomst van de prille geloofsgemeenschap is de komst van de heilige Geest van wezenlijk belang. Een tekenend getuigenis hiervan horen we in de eerste lezing, in de Handelingen van de Apostelen. We horen hoe de jonge gemeenschap rondom Paulus worstelt met de vraag of zij die van buiten het jodendom willen toetreden tot de jonge kerk, niet ook eerst de besnijdenis moeten ondergaan. Het meningsverschil loopt zo hoog op, dat zij besluiten zich te wenden tot de basisgemeente van apostelen rondom Petrus in Jeruzalem. Nu moet u weten, dat het tussen Petrus en Paulus niet echt boterde… Dit blijkt uit Paulus’ brieven. Maar óndanks dat komt het, door tussenkomst van de heilige Geest, tot een broederlijk vergelijk. Petrus en de andere apostelen steunen uiteindelijk Paulus’ standpunt. Zij zeggen: ‘De heilige Geest en wij hebben besloten u geen zwaardere lasten op te leggen dan het strikt noodzakelijke’. De besnijdenis is dus niet vereist. Een toetredend christen hoeft niet eerst jood te worden. Er zijn geen voorwaarden vooraf.

De kerk van Christus ontwikkelt zich van nu af aan, dóór de werking van de heilige Geest, tot een universeel toegankelijke wereldkerk. Een ontwikkeling die in de kerkgeschiedenis van wezenlijk belang is gebleken, en die nog steeds richtinggevend is en moet zijn voor haar verdere toekomst.

Maar wat betekent dat in onze tijd, universeel toegankelijk? In de allereerste plaats: open, niet sektarisch, niet bedoeld voor de happy few. De kerk van Christus moet een volkskerk kunnen zijn, in de goede zin van het woord: betrokken op het concrete leven van mensen. Niet eenkennig verzuild zoals vroeger, maar uitnodigend naar eenieder. Niet weggestopt achter de voordeur, zoals sommige politieke partijen willen, maar juist vervlochten met het maatschappelijk leven. Hoe kunnen de waarden en idealen die Jezus ons heeft meegegeven nu los staan van ons dagelijks bestaan? Hoe kunnen die nu losstaan van ons leven en werken in alle geledingen van de maatschappij? Nee, een universeel toegankelijke kerk impliceert dat wij als kerk midden in het maatschappelijk leven moeten staan. Gehoorzaam aan Jezus’ opdracht dienen wij zelfs missionair te zijn. De schatten die Christus ons aanreikt zijn immers bestemd voor iedereen. Wij allen zijn geroepen het visioen van Gods Koninkrijk op aarde uit te dragen.

Een universeel toegankelijke kerk verlangt van ons nog meer. Het verlangt niet slechts een uitnodigende openheid, maar ook onze inzet dat eenieder ook daadwerkelijk kán kiezen om zich aan te sluiten. En dat kan alleen in vrijheid. Met de Tweede Wereldoorlog nog gegrift in ons collectief geheugen weten we maar al te goed wat dit betekent, vrijheid.

Oorlog en onderdrukking staan haaks op de idealen van Jezus. Daarom moeten wij allen bewerkers en bewakers zijn van vrijheid en vrede. Gelukkig zien we vandaag de dag een grote eensgezindheid binnen de internationale gemeenschap waar het gaat om steun aan de Oekraïne…

Bewakers zijn van vrijheid en vrede. Inderdaad. Maar niet alleen in de zin van het voorkomen van geweld en repressie. Als christenen mogen wij Christus’ vrede mee helpen uitdragen. En die vrede reikt veel verder dan alleen het ontbreken van oorlog. In zijn afscheidsrede, in het evangelie van vandaag, zegt Jezus tot zijn leerlingen: ‘Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef ik u.’ En Hij voegt eraan toe: ‘Niet zoals de wereld die geeft, geef ik hem u.’ Wat anders kan hier bedoeld zijn, dan dat zijn vrede, zijn shalom, een draagwijdte heeft tot over de grens van ons aardse wel en wee? Christus’ vrede is een vrede van innerlijke rust en harmonie, van volkomen verzoening met elkaar en met God. Dát is de vrede die wij elkaar, telkens opnieuw, mogen toewensen direct voorafgaand aan de communie. Met die vrede neemt Gods heilige Geest ook bezit van ons.

Pastor Frank van Roermund o.praem.

Lezingen: Hand. 15,1-2.22-29; Joh. 14,23-29