“Barmhartigheid boven alles”. De eerste lezing van vandaag is genomen uit het boek Leviticus, het wetboek voor de zonen van Levi, ofwel de priesters van het Oude Israël. Het handelt over de heiligheid van allerlei zaken en instellingen zoals offers, het priesterschap enz. enz. Voor óns die leven in een volslágen andere tijd en cultuur een nogal ontoegankelijk boek. In elk geval geen boek met spannende, tot de verbeelding sprekende verhalen zoals Exodus, het verhaal van de Uittocht uit Egypte. Veel voorschriften en regels dus. En ja, je vraagt je soms af: waartoe dient dit alles? Wel, we moeten ons realiseren dat het hier handelt om een volk in opbouw, onder leiding van Mozes. Belangrijk was dus, dat men zich moest beschermen tegen allerlei gevaren, dus ook ziekten. Precies dát lezen we in de passage van zojuist: wie leed aan besmettelijke huidziekten zoals melaatsheid moest geïsoleerd worden van de gemeenschap. Ter beschérming van die gemeenschap. Maar de keerzijde was, dat die zieken in zekere zin al tijdens hun leven dood werden verklaard… de zieke mocht geen enkel contact hebben met hen die gezond waren, en omgekeerd: gezonde leden van de gemeenschap mochten geen toenadering zoeken tot die zieken. Medische noodzaak dus tegenover onbarmhartige uitstoting… Een duivels dilemma.

Welnu, Jezus – hoewel door en door Jood – doorbreekt deze strenge voorschriften uit het boek Leviticus: door medelijden bewogen steekt Hij zijn hand uit, raakt de melaatse aan, en zegt tot hem: ‘Ik wil, word rein’. De melaatse – die natuurlijk óók symbool staat voor álle uitgestotenen – wordt gereinigd van zijn ziekte, en kan weer in de gemeenschap worden opgenomen. Daarom moet hij zich aan de priester laten zien, déze moet dat beoordelen.

Jezus beoogt én genezing van de zieke én bevrijding uit diens isolement. Jezus beoogt géén eer of applaus voor zichzelf hetgeen getuigt van ware barmhartigheid en onbaatzuchtige liefde. Nóg liefdevoller wordt het wanneer het in de beslotenheid gestelde wonderteken – tégen Jezus’ wens in – tóch bekend wordt, waardoor de rollen plotseling worden ómgedraaid: de genezene kan terugkeren in de gemeenschap, maar nu moet Jézus zich noodgedwongen terugtrekken op eenzame plaatsen. Kortom: Jezus geneest niet alleen, maar draagt nu ook zélf het lijden…

Wat we uit dit alles mogen leren is, dat Jezus duidelijk kiest voor barmhartigheid boven alles; in alle regelgeving dient steeds de líefde het laatste woord te hebben. Of anders gezegd: regelgeving dient áltijd gestut te zijn op het fundament van de liefde. Geen mitsen en maren…

Morele dilemma’s uit het verre verleden ervaren wij ook in ónze tijd. En dan toont Jezus ons vaak een uitweg: barmhartigheid, rechtvaardigheid en liefde zullen ook voor óns, christenen, als ultiem richtsnoer moeten dienen voor regelgeving, wetten en voorschriften. Concrete voorbeelden zijn immigratiebeleid, wetgeving tegen discriminatie, beleid ten aanzien van belastingen en toeslagen enz. enz. U voelt het: wat Jezus ons vandaag voorhoudt is ó zo actueel!

Nogmaals: morele dilemma’s uit het verre verleden ervaren wij ook in ónze tijd. Laat dan hetgeen Jezus ons leert een handreiking zijn voor óns handelen in het hier en nu.

Amen.

Pastor Frank van Roermund o.praem.

Lezingen: Leviticus 13,1-2.45-46; Marcus 1,40-45